zaterdag

Het boek



Nieuw Amsterdam, mei 2006

Het is romantisch je leven te wijden aan een zoektocht naar iets wat waarschijnlijk onvindbaar is, vindt Moira Oblong. Ze verblijft drie maanden in het Dal der Koningen in Egypte om te assisteren bij opgraafwerkzaamheden. Over het welslagen van deze expeditie maakt Moira zich weinig illusies. Tot ze Omar ontmoet, een archeoloog die afstamt van een eeuwenoud grafroversgeslacht. Ze is onder de indruk van zijn fantastische verhalen, maar berusten ze ook op waarheid? Terwijl Moira vecht tegen stof, zand en verveling ontvouwt zich rondom haar een wereld waarin iedereen op zoek is naar iets, en niets is wat het lijkt.
Koortsgloed is een zinderende en soepel geschreven roman over oude en nieuwe dingen, vreemde en vertrouwde gebruiken en de dunne scheidslijn tussen fantasie en werkelijkheid.

Fragment:
Het is januari en hoogseizoen in Thebe. Het wemelt niet alleen van de toeristen, maar ook van de archeologische teams. Onder hen is een Nederlands team dat met behulp van een antieke papyrusrol pogingen doet het graf van Siptah de Tweede te lokaliseren. ‘Hoe lang bent u hier al bezig?’ vraag ik Van Backhuyzen, als iedereen zich rond de bouwkeet heeft verzameld waar het materieel in wordt bewaard.Hij kijkt me even aan, alsof hij niet gewend is dat hem vragen worden gesteld. ‘Dit is het derde jaar.’‘Dan hebt u vast al heel wat gevonden.’'Maar nog niet wat ik zocht.’‘Waar…’ ik aarzel, ‘trekt u de grens? Wanneer besluit u dat het mooi is geweest?’‘Als ik de graftombe van Siptah heb blootgelegd, uiteraard.’Hij begrijpt me niet. Ik twijfel, maar besluit het toch te vragen: ‘En wat als u het graf nooit vindt?’Van Backhuyzen kijkt over mijn schouder in de verte. Even denk ik dat hij me niet heeft gehoord. Dan richt hij zijn blik weer op mij.'Vorig jaar besloot ik het archeologische seizoen af te sluiten met een vakantie in Saoedi-Arabië. Toen ik daar eenmaal was, wilde ik van de gelegenheid gebruikmaken om een bezoekje aan Mekka te brengen. Ik huurde een auto en hoefde alleen maar de borden te volgen. Maar een paar kilometer voor Mekka verscheen er een bord langs de weg met de tekst: LAATSTE AFSLAG VOOR NIET-GELOVIGEN.’ Hij legt een hand op mijn schouder. ‘Als je als niet-gelovige naar Mekka wilt, kom je er nooit terecht.’

Zin en onzin

Nominatie slechte seks prijs
Koortsgloed werd in januari '07 samen met Feldman en ik van Abdelkader Benali, Dis van Marcel Möring, Jongens onder elkaar van Dré Steemans, De laatste mammoet van Luc de Vos en Een sprong naar de hemel van Bart van Lierde genomineerd voor de eerste Slechte seks prijs, een prijs voor de slechtste seksscène in een roman. De scène van Groen, de enige vrouw in het rijtje, is er een beetje met de haren bijgesleept, want niet echt een scène, maar een samenvatting van vier pagina's spetterende seks. Het mocht niet deren: Bart van Lierde ging er met de hoofdprijs vandoor. Lees hier de fragmenten.

De mummie van Hatsjepsoet
Twee maanden na publicatie van Koortsgloed, waarin een grote rol is weggelegd voor de vondst van de mummie van farao Hatsjepsoet, die zo'n slordige tweeduizend jaar is zoek geweest, werd de mummie van Hatsjepsoet daadwerkelijk gevonden. Zo ziet ze er tegenwoordig uit, de eerste vrouwelijke farao uit de geschiedenis.

Mummie hebben? Hier, gratis!
Tijdens het researchen voor een boek ontdek je wel eens wat. Zoals dat het oude ambacht van grafrover in Egypte nog lang niet uitgestorven is. Ik schreef er een artikel over voor De Volkskrant, dat later werd opgenomen in de bundel Reisgenoten, de beste Nederlandse en Vlaamse reisverhalen van 2003, samengesteld door Rudi Wester. Het stuk staat ook hier.

Gerrit Komrij in Vrij Nederland, 19-8-06

Het bestaande beeld Een van de klonen van de chicklit, schrijft ook onder de pseudoniemen Saskia Noort en Heleen van Royen.

De flaptekst `Een zinderende en soepl geschreven roman over oude en nieuwe dingen.'

De feiten U hebt er beslist over gehoord, vorig of voor-vorig jaar, over de man die de lof van de vliegvelden zong. Vliegvelden stonden voor de steden van de toekomst. Onze verlangens zouden door vliegvelden worden bevredigd, ons temperament zou identiek worden aan het vliegveldtemperament. Het moderne vliegveld werd huiskamer, hotel, kantoor, zwerfplek en verboden ruimte tegelijk. Niemand zou het in de nabije toekomst nog nodig vinden het vliegveld te verlaten.

Bij mijn laatste bezoek lagen er nog twee boeken. Dat wil zeggen, er lagen duizenden boeken, wolkenkrabbergewijs, en bij de kassa lagen boeken en op de schappen lagen boeken, en er grijnsden je zelfs nog boeken toe als je onder de toonbank gluurde, maar het waren steeds dezelfde twee boeken. De jongens van de AKO laten op het vliegveld zien wat ze zijn: papierverhuizers.

Monocultuur vormt de toekomst van d eboekhandel, als we tenminste onze vleiveldfanaat moeten genolven. Toen ik voor het laatst de Schiphol-AKO binnenwandelde wa shet ene boek De Da Vinci Code (inclusief alle klonen die allang als één titel gelden) en het andere een boek met hoge hakken op de cover van een zekere Saskia Noort. Een recordhouder en een nieuwkomer. Leonardo Da Vinci en de hoge hakken puilden uit alle gaten en hoeken, verder niets.
Uitwisselbare boeken. Waarom Saskia Noort wel en Marieke Groen niet? Da Vinci ligt er omdat-ie overal ligt en de hoge hakken liggen er, ja waarom? Omdat de uitgeverij daarvoor de AKO 't meest zal hebben betaald. Ik zou geen andere verklaring weten. Voor elk boek is er een ander. Dus laat de AKO zich om- en uitkopen. Als er maar één boek ligt lijkt dat boek vanzelf onmisbaar.

De uitgever vrat de schrijver op, nu gaat de boekhandelaar de uitgever opvreten. Uitgevers kopen met het geld dat aan boeken is verdiend exclusieve ruimte voor een boek waaraan geld verdiend wordt. Zo vergroten ze de macht van de boekhandel. De boekhandel gaat steeds dwingender voorschrijven hoe boeken er uit moeten zien en hoe ze geschreven moeten worden, zodat naast de uitgeverij ook de literatuur zal verdampen. Nog even en het vliegveld is overal. Eén boekhandelsketen met telkens twee boeken.
Wie had kunnen denken dat de boekhandelaar, die vriendelijke man die van het `betere boek' hield en die diep in zijn hart zijn winkeltje voor een cultuurtempel aanzag, nog eens de grootste schurk zou worden?
Arme Marieke Groen.
Haar Koortsgloed was nog wel zo als vliegveldboek bedoeld.

Meteen op de eerste bladzijden al volgen voldoende signalen om de reizende dames te vertellen wat ze al weten - dat ze een verschrikkelijke tijd tegemoet gaan. In deze roman voert de reis naar Egypte. Knoflookluchtjes en de taxichauffeur die een astronomische ritprijs vraagt. De tl-buis op de hotelkamer die irritant flikkert. `Beneden in de diepte toetert, scherut en stinkt Cairo.'
Er moet onmiddellijk naar huis worden gesms't.

Marieke Groen behoort geheel en al tot de Bob Ross-club van de schrijverij, dus ook in het middengedeelte verloopt alles volgens recept. De reizende dame heeft even een pauze nodig, vanwege dip in het huwelijk. De reizende dame is oop zoek naar `de spanning van het onbekende'. De reizende dame doet op haar manier ook aan cultuur, niet te veel natuurlijk.

`Ik haal diep adem en wip van het ene been op het andere. Er schiet een jeukscheut door mijn onderlijf. Ik knijp mijn dijen tegen elkaar en moet me uit alle macht beheersen om mijn hand net in mijn broek te steken en met mijn nagels lange halen over mijn schrijnende schaamvlees te trekken.'
Dat wat betreft het onvervuld verlangen.

`Thoetmozes de Derde trouwde met Hatsjepsoets dochter Merire-Hatsjepsoet, wat hem in de gelegenheid stelde om de koning op te volgen.' `Alles wat Rames deed was vernieuwend. In zijn eerste regeringsjaren woonde hij in de oude hoofdstad Memphis. Daarna liet hij een compleet nieuwe hoofdstad bouwen. Per-Ramses, zeg maar Ramses-City.'
Dat wat betreft de cultuur. 't Klinkt opmerkelijk matter.

Seti de Eerste voor en Ramses de Negende na. Het stortregent Egyptische weetjes. De wraak van Hatsjepsoet. De mummie van Hatsjepsoet.

De reizende dame valt als een blok voor een levende Egyptenaar. Precis de schurk en precies de filmster waar een beetje dame recht op heeft. En natuurlijk komt hun relatie niet zomaar een-twee-drie tot stand. Er moet ruimte blijven voor romantiek.
`Ik staar in het zwarte basalt van zijn ogen.'

Eindelijk, eindelijk, eindelijk komt het ervan. Een beetje dame weet wat zelfbeheersing is. Triootje dus aan rand van zwembad.
`De eikel glanst als rauwe lever in het kaarslicht.'
Waarna een traantje, een paar filosofietjes over het orgasme, een dosis zelfmedelijden, nog een zonsondergang en een portie zelfoppepperij. De roman begon geruststellend en de roman eindigt geruststellend. - met het inzicht dat de vastgelopen liefde thuis toch de echt is.
En van dit alles wil de AKO u beroven!

Recensieweb, 25 oktober 2006

Egocentrisme in Egyptische woestijn

door Rachel Levy voor Recensieweb

Een vrouw – we vermoeden van ergens in de dertig – vertrekt voor drie maanden naar Egypte. De aanleiding van het verblijf in het buitenland is een soort dertigersdip dan wel mid-life crisis. Moira, zoals de vrouw heet, is redacteur bij het glossy vrouwenblad She. Daarvoor was ze freelance journalist en reisde ze veel voor haar werk. Ze heeft inmiddels al zes jaar een relatie met Koen, met wie ze samenwoont en duidelijke afspraken heeft over de dagen waarop ze vrijen. Zonder die afspraken komt daar immers niets van.

Moira was lange tijd een bevlogen journalist, maar werkt al inmiddels al te lang op de automatische piloot. Nieuwe stukken die ze produceert zijn herschreven versies van artikelen die jaren eerder van haar hand verschenen, soms zelfs in hetzelfde blad. De redactie merkt daar overigens niets van – iedereen lijkt tevreden over Moira’s werk. Zodanig zelfs dat ze een promotie krijgt aangeboden: de hoofdredacteur van She gaat op zwangerschapsverlof en wil daarna deeltijd gaan werken. Moira wordt gevraagd de baan met haar te gaan delen.

Aanvankelijk stemt Moira toe maar uiteindelijk besluit ze dat ze er beter eerst een tijdje tussenuit kan gaan voor ze de leidinggevende positie aanneemt. Ze vindt zichzelf journalistiek te veel ingezakt en wil nieuwe energie en inspiratie opdoen.

In Egypte gaat ze drie maanden als vrijwilliger werken bij archeologische opgravingen die onder leiding staan van een Nederlande oudheidkundige, professor Van Backhuyzen. Het is de bedoeling dat ze in die drie maanden regelmatig artikelen naar de redactie van She stuurt – vanzelfsprekend artikelen die te maken hebben met de vrouw in Egypte, die interessant zijn voor het lezerspubliek van She.

Koortsgloed is een makkelijk lezend boek. Met zijn duidelijke schrijfstijl, eenvoudige verhaallijn en plot, waarin gelaagdheid en onverwachte kronkels onbreken, lees je het op je gemak in één keer uit. Het boek hoort in de categorie literatuur die je ook onder de de meest drukke omstandigheden kunt lezen – je hebt weinig concentratie nodig om het hele boek te lezen.

Wat normaliter een positief aspect van het boek zou zijn, is hier echter wel erg ver doorgetrokken. Koortsgloed kun je namelijk ook lezen en begrijpen zonder dat je het hele verhaal leest. Het onbreekt het boek aan verrassingen en zit vooral vol met cliché’s.

Al direct bij aankomst ontmoet Moira de geheimzinnige Omar Maspero, een plaatselijke archeoloog die ook in het opgravingsteam werkt. We weten en voelen het direct al: Omar en Moira zullen op een gegeven moment samen in het bed belanden. Marieke Groen laat niets aan de verbeelding of het toeval over: alle wendingen worden vooraf aangekondigd. Vrijwel alle Europese generalisaties over Egypte komen in het boek aan bod: de mannen die alleen maar seks van de Europese vrouwen willen, de Europese vrouwen die het beeld van de Egyptenaren daar uiteindelijk alleen maar bevestigen. Moira kiest voor haar (kinderloze) onafhankelijkheid en Omar blijkt uiteindelijk een ‘ouderwets’ gezinsbeeld te hebben, compleet met kinderen. De Nederlandse hoogleraar Van Backhuyzen laat zich – als naïeve Europeaan – bedonderen in zijn eigen wetenschappelijke specialisme door de – uitermate geslepen en achterbakse – Egyptenaren. En vanzelfsprekend werken de Egyptenaren niet of nauwelijks terwijl de Europeanen zich niet klein laten krijgen door de brandende zon. Een en ander wordt afgewisseld door uitgebreide beschrijvingen van seksuele handelingen tussen Moira en Koen, of Moira en Omar. Een functie lijken die gedetailleerde beschrijvingen (de lengte of dikte van een penis, of het wel of niet doorslikken van sperma) echter niet te hebben.

Koortsgloed is een boek zonder verrassingen, bijzondere bespiegelingen, interessante verhalen of passages. Het grootste inzicht dat de lezer krijgt, is dat hoofdpersoon Moira een zeer egocentrische vrouw is, die weinig inlevingsvermogen heeft in haar vriend Koen of haar minnaar Omar, maar zich vooral afvraagt of en zo ja in hoeverre beide mannen aan haar voeten liggen en wat ze voor haar over hebben. De grote irritatie die Moira daarmee oproept bij de lezer, is waarschijnlijk het enige gevoel dat het boek de lezer meegeeft – al is dat in dit geval vooral een negatief gevoel.

Het einde van het boek stelt de lezer definitief teleur: na drie maanden van afwezigheid en een affaire met Omar keert Moira gewoon weer naar huis, naar haar vriend. Er is niets veranderd met drie maanden geleden, behalve dat ze zowel haar vriend als haar minnaar verraden heeft. Objectief gezien lijkt ze nu pas echt reden te hebben voor een midlife crisis – dat ze zelf als gelukkig mens terugkeert naar Nederland, berustend in haar eigen levenswandel, roept vooral vragen op. Waarom was ze aanvankelijk vertrokken naar Egypte? Wat zocht ze er? Waarom heeft de affaire met Omar haar persoonlijke crisis opgelost?

Koortsgloed bewijst als geen ander boek dat het schrijven van literatuur meer is dan het noteren van soepel lopende zinnen. Een lezer wil verrast en vermaakt worden, en, bij voorkeur, aan het denken worden gezet. Koortsgloed doet niets van dit alles.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.

De leestafel, zomer 2006

Moira is een Amsterdamse yup: ze heeft een aardige baan bij een meidenblad, en ze heeft een leuke vriend, met trouwplannen. Maar tevreden is ze niet, en als op een dag haar redactrice haar vertelt dat ze vindt dat Moira haar maar moet vervangen tijdens haar zwangerschapsverlof, en daarna samen met haar die baan moet delen, wordt Moira als het ware wakker. Wil ze dit wel? Promotie is natuurlijk iets waar ze blij mee moet zijn, maar zo voelt ze zich niet. Als ze het 's avonds aan haar vriend vertelt barst ze in snikken uit. Die reageert ook al niet helemaal zoals ze wil, maar wat wil ze nu eigenlijk?

Ze neemt een sabbatical, en reageert op een advertentie waarin gevraagd wordt om een vrijwilligersbegeleider voor een archeologisch project. Dit is totaal anders dan haar huidige leven, maar wie a zegt, moet b zeggen, dus daar staat ze dan: in Egypte, helemaal alleen, om er drie maanden te werken als een soort intermediair tussen een archeologisch team en Nederlandse vrijwilligers.

Ze ontmoet er een egyptenaar, Omar, een man die haar bekend voorkomt. Hij lijkt op een vroeger vriendje, denkt ze. Deze man is degene die het leven voor haar de drie maanden die ze in het Dal der Koningen doorbrengt dragelijk maakt. Zonder hem was ze erg eenzaam. De archeoloog is best bereid privé-colleges te geven over de verschillende farao's en dynastieën, maar hij behandelt haar als een sloofje. De vrijwilligers zien haar ook al niet als een gelijke, de jongens willen wel wat met haar proberen, en dat wil zij niet, en de meiden wensen haar gezelschap niet. Van de belofte aan haar redactrice dat ze alvast ideeën zou mailen, komt niets terecht, en de contacten met Koen, haar vriend, zijn ook al niet bevredigend. Dus concentreert ze zich helemaal op Omar... drie maanden lang.

Als er niet de informatie over Egyptische koningshuizen en over de werkwijze van de archeologen was, dan zou ik dit boek een onvervalste chicklit noemen. Een yup die niet tevreden is, de foute man-vrouwverhouding, de nodige seksscènes, het is er allemaal. Moderne woordkeus, vlot verteld, het hapt lekker weg. Chciklit met een tikje meer dus.

En... er zit een duveltje in het doosje... het is allemaal niet wat het lijkt!



Flair, juni 2006


Jan Zandbergen in HP/ De Tijd 23-6-06

Marieke Groen, die dit jaar veertig wordt, volgde de klassieke route in letterenland: debuteren met een verhalenbundel, vervolgens met een roman uitkomen. Koortsgloed is haar derde, en eveneens een roman. De titel is saai, maar de inhoud is alweer veel spannender. De scarabee op het omslag geeft je een zetje in de goede richting: de vrouwelijke hoofdpersoon met de typische naam Moira Oblong (de achternaam betekent `overdwars’) assisteert in het Egyptische Dal der koningen bij opgravingen. De projectleider denkt de mummie van Hatsjepsoet op het spoor te zijn, maar dat dachten de afgelopen eeuwen al velen. Hatsjepsoet is een vrouwelijke farao, een zeldzaam specimen binnen dit typische mannenmetier.

Koortsgloed zit ondanks de beroerde titel slim in elkaar. Het boek is allereerst een cursus Egyptische mythologie, want de hoofdpersonen zijn zo vriendelijk om elkaar voortdurend dingen uit te leggen, waarmee de onwetende lezer handig wordt bijgepraat. Daarnaast is er de onvermijdelijke stomende seks: de tweevoudige fallatio in een egyptische whirlpool vormt de ouverture tot een indrukwekkende hoeveelheid gerampetamp, waarbij ook de Rode Zee wordt bevaren, zoals dat in jargon heet (maar die stroomt hier dan ook heel dichtbij). Iedereen gaat op het eind braaf naar huis: de projectleider zonder mummie, zijn assistente zonder soa.